Archief bezinningen: klik hier
Op deze pagina verschijnt er elke week een bezinning bij het zondagsevangelie. Bezinning 77 werd op 7 februari op de site geplaatst. De eerdere bezinningen vind je in de rubriek archief bezinningen hier net boven; klik daarvoor op de blauwe letters.
Op 14 februari verschijnt de bezinning voor 19 februari (7° zondag B-jaar), op 23 februari voor 26 februari (1° vastenzondag B-jaar), op 28 februari voor 4 maart (2° vastenzondag B-jaar), op 8 maart voor 11 maart (3° vastenzondag B-jaar), op 17 maart voor 18 maart (4° vastenzondag B-jaar), op 22 maart voor 25 maart (5° vastenzondag B-jaar), op 27 maart voor 1 april (Palm- en Passiezondag) en op 3 april voor 8 april (Pasen).
© Eric Haelvoet 2010
Bezinning 77: Jezus geneest een melaatse
Marcus 1, 40-45 = 6° zondag B-jaar
Er kwam iemand naar Hem toe die aan huidvraat leed; hij smeekte Hem om hulp en zei, terwijl hij op zijn knieën viel: ‘Als U wilt, kunt U mij rein maken’. Jezus kreeg medelijden, stak zijn hand uit, raakte hem aan en zei: ‘Ik wil het, word rein’. En meteen verdween zijn huidvraat en hij was rein. Jezus stuurde hem weg met de ernstige waarschuwing: ‘Denk erom dat u tegen niemand iets zegt, maar ga u aan de priester laten zien en breng het reinigingsoffer dat Mozes heeft voorgeschreven, als getuigenis voor de mensen’. Maar toen de man vertrokken was, ging hij overal breeduit rondvertellen wat er gebeurd was, met als gevolg dat Jezus niet langer openlijk in een stad kon verschijnen, maar op eenzame plaatsen buiten de steden moest blijven. Toch bleven de mensen van alle kanten naar Hem toe komen.
Een woord bij het Woord
Een melaatse wordt in Jezus’ tijd tot in zijn ziel onrein verklaard: door God verworpen en gestraft voor zijn zonden. Hij moet buiten de gemeenschap leven en omgaan met de vreselijke ziekte die melaatsheid in die tijd was. Het is dan ook verbluffend dat deze melaatse alle voorschriften doorbreekt en toch naar Jezus gaat. En wel met een groot geloof: ‘Als U wilt, kunt U mij reinigen’.
Ook Jezus doorbreekt van zijn kant de regels: Hij zendt de melaatse niet weg, Hij loopt niet van hem weg. Integendeel, Hij raakt hem doelbewust aan en doet precies wat de melaatse vraagt: dezelfde werkwoorden worden gebruikt. Is de melaatse actief (vier werkwoorden!), Jezus is even actief (ook vier werkwoorden). En het woord van Jezus is effectief: het doet wat het zegt, zoals de Schepper bij het begin: Hij spreekt en het ontstaat.
De ernstige waarschuwing vinden we vaak bij Marcus. We mogen niet te vlug zeggen dat Jezus de Messias is, want Hij voldoet niet aan het toenmalig beeld over de Messias. Jezus is geen superman die in één klap de wereld verandert en niet sterft. Hij gaat met kleine stappen vooruit (hier geneest Hij één melaatse) en zal lijden, sterven en verrijzen. Wie Hem wil volgen zal diezelfde weg moeten gaan.
Op het einde zijn de rollen omgekeerd: de melaatse is opgenomen in de gemeenschap, Jezus bevindt zich in de eenzaamheid, op woeste plaatsen. Heel opmerkelijk.
Het Woord in mijn leven
Wat is onrein in mij? Vertrouw ik mij toe aan Jezus vanuit het diep vertrouwen dat Hij mij kan ‘reinigen’? Lijd ik mee met mensen in diepe miserie?
Bidden met het Woord
Heer Jezus,
Gij zijt de Christus, de Messias.
Niet zoals wij U dromen,
maar zoals God het wil:
vol medelijden met mensen in diep lijden
en dienstbaar, genezend aanwezig.
Gij kent de ‘onreinheid’ in mij:
Zoveel is niet zoals U het wilt.
‘Als U wilt, kunt U mij reinigen’.
Dank, Heer Jezus Christus,
voor uw genezende liefde. Amen.



